• Home
  • Over de Noorderkerk
  • Geschiedenis

Geschiedenis

Over de Noorderkerk

Enigszins verscholen tussen de huizen staat de Noorderkerk in de Schuytstraat.
Gebouwd als Gereformeerde kerk werd het gebouw op 19 december 1906 in gebruik genomen.
De bouw van deze kerk was noodzakelijk, omdat de twee kerkgebouwen in de Bazarlaan en de Nobelstraat het steeds groeiende aantal kerkgangers niet meer konden bevatten.
In het oosten van de stad beschikte men over de Oosterkerk en in het zuidwesten over de Westerkerk.
Men besloot daarom tot de aankoop van een terrein in het noordwestelijk deel van de stad, gelegen in de in aanbouw zijnde wijk Duinoord.

Architect J.C. Wentink uit Utrecht maakte het bouwplan. De aannemers Z. Gelen en J. v.d. Wal voerden de opdracht uit onder leiding van opzichter K. Kuipers.

De middenbouw van de kerk, met het grote roosvenster en de hoofdingang, wordt begrensd door een hoge gemetselde toren met een neoromaanse spits en door een lagere toren.
Het geheel is uitgevoerd in baksteen op een basement van hardsteen.
De baksteen is hier en daar onderbroken door zandstenen partijen, bewerkt door bekwame beeldhouwershand.
In de topgevel is op een lange smalle zandstenen plaat - boven het roosvenster - in duidelijk leesbare letters gebeiteld: “Hoort het Woord des Heeren”.
Daarboven is gebeeldhouwd een ster in stralenkrans, “de blinkende morgenster”, als beeld van het licht dat door het Woord - de openbaring Gods - over de wereld opgaat.
Boven de hoofdingang is in een driehoekig zandstenen veld gebeeldhouwd “de ark, drijvende op de wateren, als symbool van de kerk”.
Verder de wereldbol en de kerk op een rots.
Op de pilasters naast de hoofdingang is een voorstelling van de “wijnstok”.

De kerk is dwarsstaand, dat wil zeggen: één van de lange zijkanten is aan de straat gelegen.
De kerk had oorspronkelijk 1050 zitplaatsen en twee gaanderijen.
De verlichting bestond uit vijf grote en vier kleine koperen kronen met elektrisch licht.

Het orgel is in 1907 gebouwd door de firma Proper te Kampen. 

De eikenhouten preekstoel stond vroeger vooraan in het midden, als symbool voor het Woord van God, dat in de eredienst centraal staat.
Aan de rechter zijde ervan (gezien vanaf de preekstoel), zaten de ouderlingen, aan de linker zijde de diakenen en collectanten, allen gekleed in zwart kostuum.
De gemeente kwam tweemaal per zondag samen.
Voor de ochtenddienst koos de predikant een bijbelgedeelte uit het Oude of het Nieuwe Testament als stof voor de preek, in de middagdienst werd de Heidelbergse Catechismus behandeld.
In beide diensten was het kerkgebouw goed bezet.
Kerkgangers die niet tot de wijkgemeente behoorden, dienden te wachten tot vijf minuten voor de dienst het licht bij de kansel werd aangestoken, voordat zij een zitplaats mochten innemen.
De uitschuifbankjes aan het eind van elke bank werden veelvuldig gebruikt.

De vooroorlogse wijkgemeente telde onder haar leden bekende personen als dr. H. Colijn en mr. J.A. de Wilde.
In 1944 werd ter nagedachtenis aan de in Duitse gevangenschap overleden dr. Colijn een rouwdienst in de Noorderkerk gehouden; deze dienst mocht van de bezetters uiteraard niet politiek getint zijn.

1956 - 1994

In 1956 werd de toen 50-jarige kerk verbouwd.
Het doophek verdween, er kwam een symbolische houten Avondmaalstafel, een groen marmeren doopvont, de banken werden rood geverfd.
Achter de kansel werden drie panelen aangebracht, vervaardigd door de kunstenaar Roeland Koning, met voorstellingen uit het gezicht met de vier dieren (Openbaring 4).

De ontvolking van de oude stadswijken in de zestiger jaren, grensverlegging van de wijk, kleinere gezinnen en ontkerkelijking veroorzaakten in deze periode een drastische teruggang van het ledental.

In 1968 werd daardoor een tweede verbouwing noodzakelijk.
Over de gehele breedte werd voorin de kerk een podium aangebracht, ingericht als liturgisch centrum.
De preekstoel werd blank geschuurd, kreeg een groen marmeren voetstuk en werd verplaatst naar de linkerzijde van het podium (vanuit de kerkzaal gezien).
In het midden kwam een groen marmeren tafel, waarop tijdens diensten het sacrament van het Heilig Avondmaal is gesymboliseerd door de zilveren kan, wijnbeker en het broodbord.
Het doopvont werd rechts geplaatst.

De dienstdoende kerkenraadsleden nemen sinds die tijd plaats op de voorste rij stoelen. Het portaal bij de middendeur werd weggebroken, de zijgaanderij verdween en de banken werden grijs geverfd.
Het aantal zitplaatsen werd teruggebracht tot 550.

Het kerkgebouw werd in 1985 op de gemeentelijke monumentenlijst geplaatst.

In 1989 werd door een aantal gemeenteleden de vloer onder de gaanderij vlak gemaakt, waardoor de ontmoetingsruimte onder de gaanderij beter bruikbaar werd.
Tevens werd de kerkzaal voorzien van nieuwe vloerbedekking.
Door de inspanning van de handwerk/bazargroep kon enkele jaren later ook de wijkzaal nieuw worden ingericht en de keuken vernieuwd worden.

1995 - 2006

In 1995 werd de kerkzaal geheel geschilderd, hierbij werden ook de neoromaanse motieven naast het orgel weer zichtbaar gemaakt.
Een eeuw na de bouw is het aantal zitplaatsen groter dan het aantal leden. De gaanderij wordt alleen gebruikt voor bijzondere diensten.
Het gebouw is nog steeds goed bruikbaar voor de activiteiten van de wijkgemeente.

Ook van buiten de gemeente blijkt voor het kerkgebouw belangstelling te bestaan.
De akoestiek is voor diverse muzikale uitvoeringen zeer geschikt, zodat onder andere geregeld concerten plaatsvinden.
Ook koren geven uitvoeringen in de Noorderkerk.

De kleine gemeente beschikt over een kerkenraad met een predikant in deeltijd.
Nog steeds is er de behoefte om het “Woord van de Heer te horen”, zoals al meer dan 100 jaar op de gevel vermeld staat.
Iedere zondagmorgen is er een dienst, daarnaast zijn er nog regelmatig middagdiensten.
Verder zijn er in de gemeente allerlei activiteiten.

Meer geschiedenis over de Noorderkerk en het orgel in het jubileumboekje uitgegeven door de Stichting Vrienden. Te bestellen voor 10 euro per boekje + verzend kosten.

2006 –heden

Vanaf 2006 kiest de gemeente met het beleidsplan “Groeien en Bloeien” om door te gaan in de toekomst.
Met een eigen begroting en de dankzij subsidie voor het gemeentelijk monument wordt met een 10-jarenplan de restauratie van de Noorderkerk aangepakt.
Dakbedekking wordt vervangen, metselwerk wordt hersteld en plaatselijk gewapend, glas-in-lood wordt opnieuw verlood en van voorzetglas voorzien. De belangrijkste stappen om het gebouw in de toekomst te gebruiken zijn uitgevoerd.

De gemeente richt zich met diverse activiteiten als bijvoorbeeld Alphacursus en straatfeest meer naar de buurt.
In 2016 wordt gewerkt aan de viering van het 110-jarig jubileum.